Ga naar inhoud
Update

Verslag BuurtBij: dag 5

Geplaatst op 27 juli 2026, 12:23 uur
Project volgens planning

Verslag dag 5

Afgelopen Maandag 20 juli gingen Lars (19) en Robin (10) weer op pad namens BuurtBij. Het gebied waarin ze deze dag op pad gingen was het Vliegenbos, waarin de bijensoort de Roodpotige groefbij woont [1]. Voor Robin een echte tweede thuis, hier is ze vaak te vinden!

Boom van de dag
De boom van de dag was de haagbeuk. Ze vonden er al gauw een in dit mooie bos. Wat ze opviel is dat de omgeving helemaal vol zat met Hedera. Dit is een klimop plant, en heeft geen grond nodig om in te wortelen, maar kan overal bovenop groeien. Lars vertelt wat hem opvalt: “Aan de ene kant geeft het veel schuilplaatsen en bijzondere ecosystemen omdat het veel schaduw geeft. Het is zo bijvoorbeeld een perfecte plek voor paddenstoelen. Maar er staat hier zo veel en het creëert zó veel schaduw dat die de andere plantjes helemaal verstikt. Het groeit hier zelfs op de bomen! Het is wel echt een hele mooie plant.”
Ze zagen dode bomen met Tonderzwam en Viltig judasoor erop groeien. Dit zijn allebei schimmels die prachtig zijn om te zien. Op dood hout helpen ze de boel verteren en hier worden heel veel dieren en planten heel blij van. Maar, schimmels die op lévend hout groeien zijn best gevaarlijk. Die maken de bomen zwak en dan heb je risico dat de boom omvalt. In dit geval wordt dan de boom meestal preventief weggehaald.
Lars en Robin kwamen ook een zieke boom tegen. Deze heeft de iepenziekte, en was gemarkeerd met een rode stip en een rood lint. Het gevaar van de iepenziekte is de besmetting van de andere iepen, vooral omdat we zo veel iepen in Amsterdam hebben. Want ook deze worden dan zwakker en heb je het gevaar dat die gaat omvallen.
Het Vliegenbos is opgericht in 1912, en er staat nog een hele oude boom in het bos die ook uit die tijd komt. Ga zelf ook vooral eens kijken! 

Noord zoekt Soort
De soort van de week – gebaseerd op SoortSafari van het Klokhuis [2] – was de bij! Lars en Robin gingen daarom zo veel mogelijk bijensoorten zoeken in het bos.
Wist je dat wilde bijen voornamelijk solitair leven, als individu? We kennen bijna allemaal de verhalen van bijenkolonies die hiërarchische structuren hebben en op een bijzondere manier samen leven, maar eigenlijk doet alleen de honingbij dit! Dus als je een bijenburgt ziet, zitten daar eigenlijk heel veel verschillende soorten in, die allemaal als individu naast elkaar holletjes maken. Soms heeft een bepaalde soort de overhand, omdat zij net wat succesvoller zijn in hun eigen strategie daar. Maar zelfs dan zijn het allemaal individuen die daar wonen!
Dus, ook in de bossen vinden we vooral wilde bijen als individu. Lars en Robin vonden veel bosbijen, en ook hommels. In een bosgebied is er veel meer schaduw, en zijn bloemetjes meer verstopt en verspreid omdat er minder zon is. Bosbijen en hommels hebben ook echt andere kleuren. De hommels zijn helemaal zwart en hebben een rode kont. Ze hadden veel plekjes om te wonen in het bos. Tussen alle planten in lag heel veel dood hout, en daar zitten allemaal beestjes in. Zo zagen ze bijvoorbeeld ook poepjes van houtwormen. Zelfs op de plekken waar het dood lijkt, zit er heel veel leven!
In het Vliegenbos staat een super nieuw aangelegde bijenburgt met houten stammen én zand. Hier zaten al wat eerste holletjes in!

Met de SoortSafari heeft Robin de volgende soorten gevonden: 

  • regenworm, braam, hazelaar, zevenblad, eik, paardenbloem, spin, pissebedden, esdoorn, pad 

Wat viel ze op?
Lars en Robin zagen ook een aantal sluipwespen. Het is een wespensoort, maar deze leeft solitair, en is heel bijzonder. Er zijn verschillende sluipwespen, maar alle sluipwespen infiltreren holletjes en andere dieren. Dat betekent dat ze bijvoorbeeld eitjes leggen in een kakkerlak, die nog leeft. Wanneer de eitjes dan uitkomen, eten ze de kakkerlak van binnenuit op. Zo gaat de kakkerlak langzaam dood terwijl de larven langzaam groeien.
Sommige larven passen zelfs iets genetisch aan in de kakkerlak waardoor hij helemaal verlamd wordt, maar wel blijft leven. De genetische aanpassing zorgt ervoor dat de kakkerlak andere dingen wil dan hij normaal wil, die extra goed zijn voor de larven die in hem zitten. Zo bepalen de larven eigenlijk waar de kakkerlak heen gaat! Dan gaat hij bijvoorbeeld expres op zoek naar de plekjes die heel goed zijn voor de eitjes om uit te komen.
Het verhaal van een schimmel/paddenstoel die dit bij mieren doet is misschien bekender, maar de sluipwesp doet dit bij andere dieren. Bijna een zombie verhaal. En dat gewoon bij ons in het Vliegenbos!

Bronnen

  1. https://refubees.org/location/
  2. https://hetklokhuis.nl/dossier/169/soortsafari/845/in-de-klas